Sociale wonden helen niet

“Ik mag van mijn moeder niet meer met jou omgaan”, zei mijn beste vriendin in groep 7 van de basisschool. Een opmerking die niet als verrassing kwam, haar moeder stak haar afkeur voor mij niet onder stoelen of banken. Maar wel één die een litteken achterliet.

Ik begreep niet waarom haar vriendin van Surinaamse afkomst wel met open armen bij haar thuis werd ontvangen. Ik dacht dat haar moeder problemen had met mijn huiskleur. Er anders uitzien is iets dat je als kind duidelijk waarneemt, de meer subtiele lagen in de sociale rangorde blijven dan nog voor je verborgen.

​Inmiddels weet ik: die vriendin woonde in dezelfde straat als mijn vriendin, in een vrijstaand huis. Niet in een rijtjeshuis, zoals wij. Het ging niet om afkomst of kleur, het ging om klasse. Toen diezelfde vriendin en ik jaren later samen hier in Amsterdam kwamen wonen en voor haar een jas gingen kopen in een dure winkel in de PC Hooftstraat werden wij afkeurend door de verkoper aangekeken. Ik gunde hem onze aankoop al niet meer, maar mijn vriendin genoot ervan dat ze zonder een spier te verrekken de creditcard van haar vader kon trekken en de verkoper hiermee op zijn plaats kon zetten. Zijn kaart was haar toegangsbewijs tot de sociale klasse waar ik duidelijk niet toe behoorde.

Een tijd geleden opende in Amsterdam de Members-Only Club Soho House, een begrip in steden als Londen en New York. Je betaalt een jaarlijks bedrag en kunt in alle vestigingen in de wereld terecht, maar wat je eigenlijk koopt is toegang tot een exclusieve club van hippe, creatieve mensen in wereldsteden.

Niet lang geleden was ik daar te gast. Toen mijn afspraak eerder wegging keek ik naar het prachtige uitzicht en dacht: kijk ons hier nou heerlijk comfortabel zitten. In een interieur dat rechtstreeks uit een magazine lijkt te komen drinken we onbetaalbare koffie, worden we bediend door personeel dat uit Londen wordt ingevlogen en kijken we letterlijk neer op de rest van de stad. Dit is hoe uitsluiting eruitziet, dacht ik.

Inmiddels zijn mijn vriendin en ik voor de buitenwereld onderdeel van dezelfde klasse: hoogopgeleide ZZP’ers in de stad. Maar je kunt het meisje wel uit het rijtjeshuis halen, het rijtjeshuis haal je nooit uit het meisje.

Ik ervaar duidelijk een innerlijke strijd tussen de klasse waar ik in ben geboren en die waar ik mij nu in bevind. Mijn wens voor Amsterdam is daarom een socialere stad, waarin onze kinderen elkaar beoordelen op wie ze zijn en niet waar ze vandaan komen.

Een stad waarin het opleidingsniveau of inkomen van ouders de toekomst van kinderen niet bepaalt. Geen rol speelt bij het studieadvies, in welke wijk een studentenkamer staat en of er überhaupt gestudeerd wordt.

Een stad die geen beladen kleurcodering gebruikt om kwaliteit van het onderwijs in uit te drukken.

Een stad die de verschillen in sociale klassen niet vergroot om nog meer geld te kunnen verdienen, maar verkleint om de rijkdom die er is eerlijker te verdelen.

Lieve Amsterdam, ben de komende 10 jaar meer zoals mijn vriendin, voor wie het verschil tussen waar wij vandaan komen nooit iets heeft uitgemaakt.

Words by Nadine Ridder / Photo by Qinghong Shen (@mrrights)
Dit stuk is voorgedragen op het nieuwjaardiner 2020 van Pakhuis de Zwijger.

Share this article

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *